Korte historie

 
Door de in 1863 begonnen vervening onder Beets ontstonden tussen Oldeboorn en Beetsterzwaag uitgestrekte drassige gebieden. De veenbazen moesten ervoor zorgen dat deze na de vervening weer in cultuur werden gebracht. Ze betaalden daarvoor een belasting per gewonnen hoeveelheid turf, het zgn. slikgeld. Mede als gevolg van een grote overstroming in 1892 begon het bestuur van de “Groote Veenpolder in Opsterland en Smallingerland” in 1893 met de inpoldering ten laste van het slikgeldfonds.
Er werden kaden om de polder gelegd, het Polderhoofdkanaal werd gegraven en bij De Veenhoop  werd een stoomgemaal gebouwd dat uitsloeg op het Grietmansrak. In 1918 werd een tweede stoomgemaal, “De Boorne” gebouwd, dat uitsloeg op het Koningsdiep. Dit veroorzaakte door de slechte afwatering ernstige wateroverlast.
Daarom werd een nieuw bemalingssysteem ontworpen. Aan De Ripen in Nij Beets werd in 1924 een van de eerste elektrische gemalen in Friesland gebouwd, het “Sudergemaal” en aan de Bûtendiken tussen Smalle Ee en De Veenhoop kwam het door een dieselmotor aangedreven “Noordergemaal” tot stand. Deze beide gemalen hebben respectievelijk tot eind 80-er en eind  70-er jaren voor het waterbeheer in de polder gezorgd.
 
Toen in het kader van de ruilverkaveling beide gemalen buiten werking werden gesteld, is het Noordergemaal in 1979 ontmanteld en als recreatiewoning verkocht. Voor het Sudergemaal dreigde na de buitenbedrijfstelling in 1987 hetzelfde lot, maar een groepje mensen die vonden dat dit gemaal voor de toekomst behouden diende te blijven heeft dit met veel inzet kunnen voorkomen. Met ondersteuning van het PEB Friesland was de exploitatie veilig gesteld. Op 22 juni 1991 werd het Sudergemaal  door het waterschap “Het Koningsdiep” aan het openlucht laagveenderijmuseum It Damshûs overgedragen. Sindsdien wordt het beheerd als museumgemaal en galerie.
 
Technische gegevens
In het Sudergemaal staat een Stork centrifugaalpomp, bouwjaar 1915, de zogenaamde ondergrondse pomp, met een capaciteit van l50 m3/minuut bij een opvoerhoogte van ca. 2.00 meter.
 
 
De pomp wordt via een vlakke riemoverbrenging aangedreven door een Heemaf kortsluitankermotor van 120 pk, bouwjaar 1924. Daarnaast is het gemaal uitgerust met een Stork schroefpomp met een capaciteit van 160 m3/minuut, maar bij een opvoerhoogte van slechts 0.50 m. Aandrijving geschiedt op soortgelijke wijze door een motor van 80 pk.
 
Grondige renovatie
Het gemaal verkeert in nagenoeg originele staat. De ondergrondse pomp is nog steeds bedrijfsklaar; hij wordt tijdens openingsuren nu en dan gedemonstreerd zonder water te verzetten. De bovengrondse pomp had in 1987 al 15 jaar niet meer gedraaid wegens interne beschadigingen. In nauwe samenwerking met Stork Pompen te Hengelo (nu Flowserve) is deze pomp geheel gerenoveerd.
 
Hiervoor moest de pomp worden gedemonteerd wat alleen mogelijk bleek door in het gemaal een door constructiebedrijf Ybema in Tynje gemaakte rijdende kraan te bouwen, die in drie stukken door de deur binnen is gekomen. Door de fa. Beenen in Gorredijk is de aandrijfmotor gereviseerd en daar heeft men van twee kapotte aanloopcontrollers één werkende gemaakt. Alle werkzaamheden zijn door de betreffende bedrijven zonder kosten voor het Sudergemaal uitgevoerd. Tenslotte is de aanzuigbuis met glasvezelmatten en polyesterhars weer luchtdicht gemaakt. Waterschap Boarn en Klif heeft een oude leren riem uit het gemaal bij Echten geschonken en sinds voorjaar 2000 kan ook de bovengrondse pomp weer functioneren.
 
Weer in bedrijf
Omdat tijdens de ruilverkaveling de watertoevoeren naar het Sudergemaal zijn afgedamd, kon het geen water meer verzetten. Door ingenieursbureau Tak in Delft is in 1995 een masterplan ontworpen voor de omgeving van het Sudergemaal met in de boezemkade een doorbraak met keersluis en regelbare stuw, waardoor de watertoevoer naar de bovengrondse pomp zou worden hersteld. Daarna zijn door ingenieursbureau Tauw te Assen een ontwerp en constructietekeningen voor dit kunstwerk gemaakt.
Na veel en langdurig overleg is eind 1999 door de Provincie Fryslân en de gemeente Opsterland een subsidie voor de bouw beschikbaar gesteld. Het betreffende inlaatwerk is inmiddels gerealiseerd. Door keersluis en stuw te openen kan de bovengrondse pomp weer water verzetten, waardoor het oorspronkelijke maalbedrijf  kan worden gedemonstreerd. Over de stuw is een bruggetje gebouwd en het publiek ziet dan 160 m3 per minuut onder zich doorstromen. Het krijgt daarmee een goed idee van de functie en het effect van het gemaal.